Gepost op
|Geschreven door Stef van Eysendeyk, Tax Expert
Gepost op
|Geschreven door Stef van Eysendeyk, Tax Expert
Het oprichten van een tweede vennootschap kan interessant zijn wanneer je verschillende activiteiten wil scheiden of bedrijfsvastgoed wil beschermen tegen ondernemingsrisico's.
Door activiteiten in aparte vennootschappen onder te brengen, beperk je de impact wanneer één onderneming financiële problemen krijgt. Ook voor vastgoed wordt vaak gekozen voor een afzonderlijke vastgoedvennootschap.
De keuze hangt af van verschillende factoren, zoals de aard van de activiteiten, het ondernemingsrisico, de aanwezigheid van vastgoed, toekomstige investeringen en de gewenste flexibiliteit.
Er bestaat geen standaardoplossing. Een analyse van de juridische, fiscale en financiële gevolgen is noodzakelijk om de meest geschikte vennootschapsstructuur te bepalen.
Een partiële splitsing is een juridische procedure waarbij een deel van een bestaande vennootschap wordt overgedragen naar een nieuw opgerichte vennootschap.
Hierdoor kunnen bijvoorbeeld vastgoed of een afzonderlijke bedrijfsactiviteit worden afgesplitst zonder dat de volledige onderneming moet worden geherstructureerd. Onder bepaalde voorwaarden gebeurt dit fiscaal neutraal.
Een fusie kan interessant zijn wanneer meerdere vennootschappen dezelfde activiteiten uitvoeren of wanneer je de administratie en kosten wil beperken.
Een fusie is onder bepaalde voorwaarden fiscaal neutraal, waardoor activa en passiva tegen hun boekwaarde worden overgenomen. Ook op het vlak van btw en registratierechten biedt een fusie vaak voordelen tegenover een verkoop.
Een vraag die vaak voorkomt is wanneer het interessant is om te werken met slechts één vennootschap of wanneer activiteiten best van elkaar worden gesplitst.
In dit artikel gaan we even in op de verschillende mogelijkheden en wat je in overweging moet nemen.
In sommige gevallen kan het interessant zijn om verschillende activiteiten onder te brengen in verschillende vennootschappen.
Het traditionele voorbeeld hiervan is vaak dat het bedrijfsvastgoed wordt aangehouden via een aparte vennootschap. Op deze manier wordt het vastgoed niet blootgesteld aan het ondernemingsrisico. Mochten de zaken bij de actieve onderneming niet lopen zoals gewenst, dan blijft (de vennootschap met) het vastgoed buiten schot.
Eenzelfde redenering kan echter ook worden toegepast als we spreken over twee verschillende activiteiten. Als je een hele andere onderneming wil starten, kan het interessant zijn om dit via een aparte vennootschap te laten lopen zodat beide ondernemingen op zichzelf blijven staan en geen impact op elkaar hebben.
Bevind je jezelf in de situatie waarin het vastgoed of die tweede activiteit reeds werd ontwikkeld binnen je oorspronkelijke vennootschap, dan stelt zich vaak de vraag hoe dit kan worden opgelost.
Hierbij wordt vaak gewerkt met een zogenaamde partiële splitsing waarbij een deel van de bestaande vennootschap wordt afgesplitst naar een nieuw op te richten vennootschap. Hiervoor bestaat een specifieke procedure, maar het komt erop neer dat je het vastgoed/ een specifieke activiteit en bijhorende boekhoudkundige posten gaat overbrengen naar de nieuwe vennootschap.
Zo’n partiële splitsing is fiscaal neutraal. Dit houdt in dat de nieuwe vennootschap de activa en passiva overneemt aan de boekhoudkundige waarde. Als het vastgoed bijvoorbeeld reeds gedeeltelijk werd afgeschreven, dan komt het ook voor die afgeschreven waarde in de boeken van de nieuwe vennootschap terecht.
Dit is anders wanneer je de activa verkoopt aan een nieuwe vennootschap. Op dat ogenblik zal de bestaande vennootschap moeten afrekenen over de meerwaarde. De nieuw opgerichte vennootschap kan de activa dan wel aan aankoopwaarde in haar boekhouding zetten. Hierbij is het ook belangrijk dat dergelijke transacties gebeuren aan een reële marktwaarde.
In dit laatste geval moet echter ook rekening worden gehouden met de mogelijke fiscale gevolgen op het vlak van btw en registratierechten, terwijl deze in principe ook buiten schot blijven bij de partiële splitsing.
Van twee naar één vennootschap
Heb je op vandaag twee - of zelfs meer - vennootschappen dan kan het in bepaalde gevallen interessant zijn om dit terug te brengen naar één vennootschap. Zo zal het onder meer jouw administratie en kosten verlagen.
De meest voor de hand liggende optie is om de vennootschap te liquideren. Net zoals bij de verkoop onder het voorgaande scenario zal de vennootschap dan moeten afrekenen over de meerwaarden op haar activa. Daarenboven betekent dit dat het vermogen van de vennootschap wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders. Dat betekent dat er mogelijks belastingen verschuldigd zijn op dat liquidatiedividend.
Dezelfde principes zijn van toepassing indien de vennootschap haar activa verkoopt aan de andere vennootschap en vervolgens wordt geliquideerd. In dit geval kan de kopende vennootschap de activa dan wel afschrijven op basis van de aankoopprijs.
Een alternatief is om een fusie door te voeren. Hierbij moeten de nodige procedures worden gevolgd waar we hier niet verder op ingaan.
Vanuit fiscaal oogpunt is dergelijke fusie in principe fiscaal neutraal. Dit houdt in dat de activa en passiva overgaan op basis van hun boekwaarde. Mocht een van de fuserende vennootschappen fiscale verliezen hebben, worden die wel beperkt op basis van de fiscale nettowaarde van die vennootschap in het geheel.
De fusie is ook fiscaal neutraal voor de btw en registratierechten, terwijl dit niet het geval is voor de verkoop of liquidatie.
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang maandelijks de belangrijkste updates!